21 november 2013

Schriftelijke vragen over de eventuele plaats van het trafostation.

De fractie van de PvdA Hollands Kroon heeft na een oriënterend gesprek met Miranda Reitsma op donderdag 31 oktober en een oriëntatie en gesprekken met buurtbewoners in het gebied nabij Moerbeek/Haringhuizen op zaterdag 2 november hebben tot de onderstaande schriftelijke vragen geleid. Het antwoord van het college kunt u lezen als op lees verder klikt.

 

 

Klik hier als u het antwoord van het college wilt lezen op de schriftelijke vragen.

Klik hier als u een memo wilt lezen over dit onderwerp dat het college aan de raad stuurde.

 

Geachte leden van het college,

 Op 14 oktober vond een hoorzitting plaats over de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een trafostation door Tenet/Liander. Vervolgens hebben een aantal omwonenden gebruik gemaakt van het spreekrecht in de vergadering van de gemeenteraad van 31 oktober over hetzelfde onderwerp. Via diverse e-mails aan onze fractie hebben bewoners te kennen gegeven dat inspreken bij een raadsvergadering en een hoorzitting voor hen niet voldoende is, zij willen echt in gesprek met hun volksvertegenwoordigers. De PvdA-fractie heeft zich vandaag, zaterdag 2 november, georiënteerd op locatie en vervolgens een gesprek gevoerd met omwonenden van de beoogde locatie B3-2. In dat gesprek zijn door omwonenden een aantal aspecten naar voren gekomen waar de PvdA-fractie nadere toelichting en opheldering over wenst. In het gesprek met de omwonenden bleek ons ook dat er een extra informatie avond wordt gehouden op 14 november waarbij wethouder Franken een en ander nog zal toelichten. De PvdA-fractie heeft daarom de volgende vragen en zou het op prijs stellen indien de antwoorden op 14 november beschikbaar zijn voor de informatiebijeenkomst.

  1. Onafhankelijk welke locatie uiteindelijk gekozen wordt, is in alle gevallen sprake van omzoming of inpassing in het landschap door aanplant van struiken of laag opgroeiend gewas.
    1. Hoe wordt gewaarborgd dat deze aanplant daadwerkelijk zal gebeuren?
    2. Op welke manier worden omwonenden betrokken bij de keuze van gewas/heesters/struiken/bomen en het inrichtingsplan?
  2. In de begeleidende documenten worden onderzoeken genoemd. Er is grote zorg over geluid (in het bijzonder laag frequent geluid) en de akoestische aspecten. Het akoestisch rapport is opgesteld voor de locatie De Weel. Waarom wordt er niet een nieuwe rapportage opgemaakt voor de beoogde locatie B3-2?
  3. In het rapport van het stedenbouwkundig bureau Reitsma worden de zicht aspecten behandeld. Uitsluitend zijn het zicht vanuit woningen ‘in de eerste lijn’ (directe nabijheid) beoordeeld. Echter ook woningen die veel verder weg liggen hebben nu vrij zicht door het gebied. Bovendien is er alleen gekeken naar voor- en achterkant uitzicht, zijramen zijn niet meegenomen. Vanuit veel plekken in de omgeving is de zichtlijn kilometers lang. Kunnen alsnog de woningen in tweede lijn en verder en de zij-uitzichten in de cumulatieve overzichten verwerkt worden?
  4. In de onderbouwing van Arcadis wordt gesteld dat er geen of nauwelijks archeologische en/of aardkundige waarden zijn in zoekgebied B3-2. Recent onderzoek van de heer Frans Diederik uit Schagen heeft wel degelijk archeologische vondsten aangetoond. Waarom is dat niet meegewogen?
  5. De richtafstanden volgens de VNG brochure milieuzonering voor deze klasse trafostation is 300 meter. Er bevinden zich enkele woningen binnen deze afstand. Welke maatregelen gaan genomen worden voor deze woningen? Denk aan uitkopen, schadeloosstellen, extra maatregelen om hinder te beperken.
  6. Er worden vergelijkingen gemaakt met de locatie De Weel betreffende het aantal woningen dat binnen de richtafstand van 300 meter ligt. Deze vergelijking is niet correct aangezien de tekeningen van het trafostation op locatie De Weel groter zijn dan de tekening van het station op locatie B3-2. Waarom worden niet dezelfde schetsen gebruikt voor een vergelijking?
  7. Er is grote twijfel over de selectie van mogelijke locaties. Naar verluidt zou het station beter zo dicht mogelijk bij Heerhugowaard kunnen worden gebouwd.
    1.  Waarom wordt er niet zuid van het Verlaat gezocht en/of gebouwd?
    2. Is er contact geweest met de gemeente Heerhugowaard over een locatie tussen A.C. de Graafweg en Heerhugowaard-Noord? Is er in het algemeen afstemming geweest tussen de overheden in de regio?
  8. Omwonenden vragen zich af waarom niet de oude locatie 6 kan worden benut nabij de nieuwe rotonde Verlaat. Uit contacten met medewerkers Staatsbosbeheer en Provincie NH (ontwerpers herinrichting N241) zou zijn geconcludeerd dat die medewerkers geen belemmeringen zagen. Vraag is of het wel of niet bestaan van belemmeringen op die locatie duidelijker en uitgebreider kan worden toegelicht.
  9. Naar verluidt hanteert Tenet/Liander een conservatief protocol bij het aanleggen van de ondergrondse leidingen. Dit protocol schrijft voor dat er alleen door middel van graven elektriciteitskabels en –leidingen ondergronds kunnen worden gebracht. Een goedkopere methode zou zijn het ‘trekken’ van kabels/leidingen in de ondergrond. Daarmee worden de gepresenteerde kosten anders. Waarom wordt deze goedkopere methode niet gebruikt?
  10. In de rapportages wordt gesteld dat hoe noordelijker het station wordt gebouwd vanaf De Weel, hoe hoger de kosten worden. Er werd op de informatie avond op 16 september aan een omwonende door Tenet/Liander zelfs een bedrag per kilometer vanaf De Weel genoemd. Uit de documenten blijkt nu dat locatie B3-2 goedkoper uitvalt dan de locatie bij De Weel. Hoe kan dat?
  11. Een gedegen veldonderzoek naar flora/fauna en beschermde soorten ontbreekt, uitsluitend bureau onderzoek heeft plaats gevonden. Recent is er wel een onderzoek gedaan in het kader van een bouwvergunning aanvraag in Moerbeek. Waarom wordt dat onderzoek niet mede in beschouwing genomen?
  12. Hoe wordt de uitstraling van de verlichting van het trafostation geregeld? Bij de bouw van bijvoorbeeld kassen zijn er strikte regels over de uitstraling van de object verlichting. Hoe gaat dat eruit zien voor het trafostation?
  13. De op de website van de gemeente beschikbare verbeeldingen en illustraties hebben een zodanige resolutie dat uitvergroten niet mogelijk is zonder verlies aan scherpte. Kunnen er betere ‘plaatjes’ elektronisch beschikbaar worden gesteld?
  14. Er is grote bezorgdheid over gezondheidsaspecten. De belangrijkste genoemde zaken zijn het hierboven al geschreven laag frequent geluid en ook de invloed van EM straling en/of magnetische velden. Een onderzoek door het RIVM kan daarbij de nodige opheldering verschaffen. Is het college bereid om de aanvrager te verplichten een nulmeting te laten uitvoeren naar de twee genoemde aspecten en herhaal onderzoek laten doen na de bouw van fase 1 respectievelijk fase 2? De nulmeting zou moeten bestaan uit de beschrijving van de huidige situatie en een inschatting van het theoretische effect bij voltooiing van het gehele station. Controle onderzoeken na fase 1 en 2 maken dan vergelijking mogelijk.

Tot slot, wij hebben ons gesprek met omwonenden als zeer nuttig ervaren. Wij proefden wel een grote behoefte aan meer en uitgebreidere uitleg. Een direct gesprek met wethouder Franken hoort daar vanzelfsprekend bij.

 Met vriendelijke groet,

 de PvdA-fractie