Door op 2 januari 2014

Declaraties van het college

Ik heb namens de fractie van de PvdA vragen gesteld over declaraties van het college. De PvdA-fractie twijfelt of er voldoende terughoudendheid en soberheid is geweest in tijden van bezuinigingen.

 

 

 

Geachte leden van het college,

In de Schager Courant van 28 december 2013 is een publicatie geplaatst over declaraties. Onze fractie bestrijdt niet dat er vanuit de rechtspositieregelingen terecht voor een aantal posten vergoedingen zijn verstrekt, zoals de huisvestingskosten. Echter, een andere post die wordt genoemd roept wel vragen bij ons op, zeker in het licht van de ‘Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, die door ons werd ontvangen in september 2013 (Raadsvergadering 31 oktober 2013, ingekomen stuk IS36). Dat betreft een geactualiseerde versie van een eerdere publicatie van april 2011. Hoofdstuk 5 gaat over onkosten van bestuurders in relatie tot de vaste onkostenvergoeding in de bezoldiging. Op bladzijde 43 lezen we dat functionele kosten om het ambt te kunnen vervullen declarabel zijn. De functionaliteit van de aangelegenheid moet aantoonbaar zijn of op zijn minst aannemelijk kunnen worden gemaakt. Is er geen duidelijk belang van de gemeente gemoeid met de aangelegenheid, dan blijven de kosten voor eigen rekening. Kosten die gemaakt zijn voor (q.q.)-nevenfuncties moeten vergoed worden door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend (bijv. de KNRM). Leidraad bij dit alles staat op blz. 44 bovenaan: terughoudendheid en soberheid.

Uit het artikel in de SC blijkt dat er 49 maal een declaratie is ingediend voor een horeca gelegenheid.

Vraag: Kan per gelegenheid duidelijk gemaakt worden wat het gemeentelijke belang was/is en/of wat de functionaliteit is geweest van de gelegenheid?

In de tabel op blz. 47-50 wordt een indeling gemaakt welke kosten tot de bedrijfsvoering behoren, welke algemene bestuurskosten kunnen worden gedeclareerd en welke kosten voor eigen rekening blijven. In de tweede kolom van de tabel staan lunches en diners uitsluitend declarabel indien genoten tijdens een buitenlandse dienstreis.

Vraag: waarom wordt niet de hand gehouden aan de tabel?

De handreiking bevat diverse aanbevelingen om onduidelijkheden te voorkomen. Op blz. 26 in paragraaf 2.12 over nevenfuncties, op blz. 39 in paragraaf 4.5 over geschenken, uitnodigingen diners/lunches en op blz. 52 in paragraaf 5.7 over declaraties.

Vraag: In hoeverre zijn deze aanbevelingen in de organisatie doorgevoerd en vastgelegd?

Met vriendelijke groet,

namens de PvdA-fractie,

Fijko van der Laan